Gebruik van buffertabellen en extra tabellen in formulekolommen in de weergave

In eigen weergaven kun je zelf (formule)kolommen toevoegen, waarbij de inhoud van de kolom wordt bepaald door een zelf gedefinieerde formule. Naast reguliere berekeningen (zoals optellen, aftrekken en vermenigvuldigen) kun je in de formule ook gebruik maken van enkele speciale routines.

Bij het opnemen van een formule kun je ook gebruik maken van buffertabellen. Buffertabellen geven je de mogelijkheid om een al in de weergave aanwezige tabel nog een keer te koppelen. Een buffernaam begint altijd met een ‘b’ en eindigt met een ‘-‘. Voorbeelden van toegestane buffernamen: b-mo01, b1-mo01 of b50-mo01. Als je gebruik maakt van een buffer neem je deze ook op in de koppeling die je in de syntax gebruikt.

Daarnaast kun je niet alleen velden opnemen uit tabellen die in de gedefinieerde query van de weergave worden gebruikt, maar ook van tabellen die via de extra tabellen aan de weergave zijn gekoppeld. De extra tabellen hoeven overigens niet altijd aanwezig te zijn in de weergave. In de formule maak je dan gebruik van de volgende speciale uitvraging: if avail┬áthen (…) else (…)

Wanneer je formulekolommen aan een weergave wilt toevoegen, kun je gebruik maken van de uitgebreide helpteksten in de browser.